Met de bekendmaking van het minderheidskabinet van VVD, CDA en D66 is een nieuwe fase aangebroken in de Nederlandse politiek. Na maanden van onderhandelen, afwegen en aftasten hebben de drie partijen gekozen voor een constructie die bestuurbaarheid moet combineren met flexibiliteit. Het resultaat is een kabinet zonder vaste meerderheid in de Tweede Kamer, een bewuste keuze die zowel kansen als risico’s met zich meebrengt.
Bewuste breuk met zekerheid
Waar eerdere kabinetten sterk leunden op een stabiele Kamermeerderheid, kiest dit kabinet nadrukkelijk voor een andere route. Het ontbreken van een vaste meerderheid dwingt het kabinet om per onderwerp steun te zoeken bij wisselende partijen. Dat maakt het politieke proces opener, maar ook onvoorspelbaarder. Wetgeving wordt minder een automatisme en meer een onderhandeling.
Deze keuze lijkt ingegeven door politieke realiteit: inhoudelijke verschillen met potentiële coalitiepartners bleken te groot, terwijl een nieuw verkiezingsavontuur weinig draagvlak had. Het minderheidskabinet wordt daarmee gepresenteerd als pragmatische oplossing, maar vraagt om een andere bestuursstijl dan Nederland gewend is.
Gevolgen voor beleid en tempo
Een direct gevolg is dat besluitvorming waarschijnlijk trager zal verlopen. Elk wetsvoorstel moet langs meerdere fracties die niet gebonden zijn aan coalitieafspraken. Dat vergroot de kans op inhoudelijke aanpassingen, maar ook op vertraging of blokkades. Met name bij gevoelige dossiers zoals stikstof, klimaat, migratie en begrotingsdiscipline kan dit leiden tot scherpe debatten en wisselende meerderheden.
Tegelijkertijd kan dit kabinet juist gedwongen worden tot meer realistische en breed gedragen voorstellen. Extreme standpunten maken minder kans; compromissen worden noodzaak. In theorie kan dit leiden tot beleid dat beter aansluit bij de middenmoot van de samenleving.
Verschuiving van macht
Het minderheidskabinet versterkt de positie van de Tweede Kamer. Oppositiepartijen krijgen meer invloed en kunnen per dossier doorslaggevend zijn. Dat vergroot de controle op het kabinet, maar vraagt ook meer verantwoordelijkheid van de oppositie. Tegenstemmen om het tegenstemmen kan immers leiden tot bestuurlijke stilstand, iets waar ook kiezers kritisch op zullen reageren.
Daarnaast neemt de rol van informele overlegstructuren toe. Achter de schermen zal intensiever worden onderhandeld om steun veilig te stellen. Transparantie wordt daarmee een belangrijk aandachtspunt.
Politiek experiment met impact
De keuze voor een minderheidskabinet is niet alleen een bestuurlijke oplossing, maar ook een politiek experiment. Het succes ervan hangt minder af van ideologische eensgezindheid en meer van politieke volwassenheid, onderhandelingsvermogen en wederzijds vertrouwen.
Voor burgers en bedrijven betekent dit een periode van grotere onzekerheid, maar mogelijk ook van beter afgewogen besluiten. Of dit kabinet geschiedenis schrijft als voorbeeld van moderne samenwerking, of juist als waarschuwing voor bestuurlijke kwetsbaarheid, zal de komende jaren blijken.
Eén ding is zeker: de traditionele vanzelfsprekendheden van regeren zijn met deze keuze definitief losgelaten.
Wat er bij ons speelt
De stappen van Donald Trump en de gevolgen voor Nederland
14 januari 2026
Minderheidskabinet zet Nederland op scherp
12 januari 2026