Met het aantreden van kabinet-Jetten I staat de arbeidsmarkt opnieuw centraal in het regeringsbeleid. Waar eerdere kabinetten vooral stuurden op crisisbeheersing en koopkrachtreparatie, kiest dit kabinet nadrukkelijk voor structurele hervormingen. De kernwoorden: bestaanszekerheid, flexibiliteit met bescherming en investeren in ontwikkeling. Maar wat betekent dat concreet voor werknemers?
1. Hervorming van flexwerk en vaste contracten
Een van de belangrijkste speerpunten is het verkleinen van de kloof tussen vaste en flexibele contracten. Het kabinet wil:
Tijdelijke contracten verder beperken
Oproep- en nulurenconstructies strenger reguleren
Uitzendwerk duurder maken dan vaste arbeid
Voor werknemers betekent dit meer kans op een vast contract en meer inkomenszekerheid. Werkgevers zullen waarschijnlijk terughoudender worden met langdurige tijdelijke constructies. Tegelijkertijd kan dit in sommige sectoren leiden tot minder snelle instroom of strengere selectie aan de poort.
2. Verhoging minimumloon en koppeling aan uitkeringen
Het minimumloon wordt stapsgewijs verhoogd, met als doel de koopkracht van lage en middeninkomens structureel te verbeteren. Omdat uitkeringen daaraan gekoppeld zijn, stijgen ook AOW en bijstandsuitkeringen mee.
Voor werknemers in lagere loonschalen betekent dit direct een hoger bruto- en netto-inkomen. Voor werkgevers betekent het hogere loonkosten, wat mogelijk wordt doorberekend in prijzen of leidt tot heroverweging van personeelsinzet.
3. Investeren in scholing en omscholing
Het kabinet zet stevig in op leven lang ontwikkelen. Er komt:
Een persoonlijk ontwikkelbudget voor werkenden
Fiscale stimulering van bij- en omscholing
Extra middelen voor techniek, zorg en energietransitie
Werknemers krijgen daarmee meer mogelijkheden om zich om te scholen naar kansrijke sectoren. Vooral in sectoren waar automatisering banen verdringt, biedt dit perspectief. Tegelijkertijd wordt van werknemers ook meer eigen verantwoordelijkheid verwacht om inzetbaar te blijven.
4. Kortere werkweek als experiment
Een opvallend voorstel is het stimuleren van pilots met een 32-urige werkweek, zonder loonverlies, in bepaalde sectoren. Het kabinet wil onderzoeken of productiviteit gelijk kan blijven terwijl werkdruk daalt.
Voor werknemers kan dit leiden tot een betere werk-privébalans en minder burn-outklachten. Voor werkgevers is het een spanningsveld tussen personeelsplanning en output. De uitkomst van deze experimenten kan op langere termijn grote invloed hebben op hoe we werken in Nederland.
5. Versterking van medezeggenschap
Het kabinet wil ondernemingsraden meer bevoegdheden geven, vooral bij reorganisaties en duurzame investeringen. Ook wordt gekeken naar werknemersvertegenwoordiging in grotere bedrijven op bestuursniveau.
Dit vergroot de invloed van werknemers op strategische beslissingen binnen organisaties. In sectoren met grote transities – zoals energie en industrie – kan dit zorgen voor meer draagvlak bij ingrijpende veranderingen.
6. Aanpak van schijnzelfstandigheid
Er komt strengere handhaving op schijnzelfstandigheid. Zelfstandigen zonder personeel die feitelijk in loondienst werken, moeten vaker als werknemer worden aangemerkt.
Voor echte zelfstandigen verandert weinig, maar voor bedrijven die structureel werken met zzp’ers in vaste rollen kan dit leiden tot hogere lasten en aanpassing van contractvormen. Voor betrokken werkenden betekent het mogelijk meer sociale zekerheid, maar minder fiscale voordelen.
7. Duurzame inzetbaarheid en gezondheid
Het kabinet investeert in preventie van ziekteverzuim en mentale gezondheid op de werkvloer. Er komen:
Extra middelen voor arbodiensten
Stimulansen voor vitaliteitsprogramma’s
Strengere aanpak van excessieve werkdruk
Werknemers krijgen hierdoor mogelijk meer ondersteuning bij stress en langdurige uitval. Werkgevers zullen actiever beleid moeten voeren om uitval te voorkomen.
Wat zijn de bredere gevolgen?
De rode draad in het beleid van kabinet-Jetten I is duidelijk: meer zekerheid voor werknemers, gecombineerd met modernisering van de arbeidsmarkt.
Positieve effecten kunnen zijn:
Meer inkomenszekerheid
Grotere kansen op vaste contracten
Betere balans tussen werk en privé
Meer scholingsmogelijkheden
Tegelijkertijd zijn er mogelijke risico’s:
Hogere loonkosten voor werkgevers
Minder flexibiliteit in sommige sectoren
Mogelijk lagere instroom bij economische tegenwind
De komende jaren zullen uitwijzen of het kabinet erin slaagt om bescherming en economische dynamiek in balans te houden. Voor werknemers lijkt in elk geval één ding duidelijk: hun positie staat nadrukkelijk hoger op de politieke agenda dan in lange tijd het geval was.
Wat er bij ons speelt
Davos 2026: besluiten die Nederland direct raken
27 januari 2026
De stappen van Donald Trump en de gevolgen voor Nederland
14 januari 2026