
Met Prinsjesdag 2026 voor de deur is het allesbehalve rustig in politiek Den Haag. Na moeizame onderhandelingen heeft het kabinet overeenstemming bereikt over de begroting voor 2027. Daarmee is een belangrijke deadline gehaald, maar de grootste uitdaging moet nog komen. Het minderheidskabinet heeft namelijk steun van oppositiepartijen nodig om de plannen door het parlement te krijgen.
De voorbereiding op Prinsjesdag verliep moeizaam. Tot in de laatste fase werd onderhandeld over miljarden, belastingen, sociale zekerheid en mogelijke tegemoetkomingen aan andere partijen.
Het kabinet van D66, VVD en CDA beschikt niet over een eigen meerderheid. Daardoor moet bij vrijwel iedere belangrijke beslissing worden gekeken waar aanvullende steun kan worden gevonden.
Links, rechts of het midden?
Dat maakt de begroting tot een ingewikkelde politieke puzzel. Maatregelen waarmee het kabinet partijen aan de linkerkant tegemoetkomt, kunnen juist weerstand oproepen aan de rechterkant.
Ook binnen het kabinet verschillen de voorkeuren. De VVD wil terughoudend zijn met belastingverhogingen en grote concessies aan links, terwijl D66 meer ruimte ziet voor samenwerking op sociale en maatschappelijke onderwerpen. Het CDA bevindt zich regelmatig in een sleutelpositie tussen beide.
Iedere concessie kan daardoor gevolgen hebben voor een mogelijke meerderheid op een ander onderwerp.
Sociale zekerheid en belastingen
Een belangrijk discussiepunt is de sociale zekerheid. Eerdere plannen om daarop te besparen bleken politiek moeilijk haalbaar. Een deel van de voorgenomen bezuinigingen wordt daarom verzacht of teruggedraaid.
Maar minder bezuinigen betekent ook dat elders geld moet worden gevonden. Uitgaven kunnen worden verlaagd, investeringen uitgesteld of belastingen verhoogd.
Ook box 3 blijft een lastig dossier. Het kabinet moet een oplossing vinden die financieel voldoende oplevert, juridisch houdbaar is en politiek op voldoende steun kan rekenen. Veranderingen raken bovendien rechtstreeks spaarders en beleggers.
Begroting nog lang niet zeker
Dat het kabinet de begroting heeft afgerond, betekent niet dat deze ongewijzigd wordt uitgevoerd.
Na Prinsjesdag beginnen feitelijk nieuwe onderhandelingen. Oppositiepartijen kunnen tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen veranderingen eisen in ruil voor hun steun. Daarbij kunnen opnieuw grote bedragen verschuiven.
Ook het vroegtijdig uitlekken van onderdelen van de plannen heeft voor irritatie gezorgd. Politici reageren daardoor al op voorstellen die officieel nog niet zijn gepresenteerd.
Prinsjesdag wordt pas het begin
Achter de schermen wordt ondertussen hard gewerkt om alle politieke wijzigingen financieel door te rekenen. Besluiten die laat worden genomen, kunnen gevolgen hebben voor meerdere ministeries en toekomstige begrotingsjaren.
Juist daarin wordt de kwetsbaarheid van een minderheidskabinet zichtbaar. Waar een meerderheidskabinet voornamelijk binnen de coalitie compromissen sluit, moet dit kabinet voor belangrijke voorstellen telkens opnieuw een parlementaire meerderheid organiseren.
Op dinsdag 15 september worden de plannen voor 2027 gepresenteerd. Daarna moet blijken welke oppositiepartijen bereid zijn zaken te doen en tegen welke prijs.
De begroting mag dan zijn opgesteld, de politieke meerderheid ervoor moet nog worden verdiend. Prinsjesdag 2026 lijkt daarmee niet het einde van de onderhandelingen, maar het startschot voor een onrustige politieke herfst.